Onderwijs in staking

Deze maand kwamen weer veel leraren op de been voor eerlijker arbeidsvoorwaarden in het onderwijs. Al jaren wordt er kosten bespaard waardoor de instoom van nieuwe onderwijzers stagneert.  Ook is de werkdruk door de invoering van Passend Onderwijs vergroot. Geluiden uit Oost vroeg Andrea Joosen, intern begeleider op een basisschool naar haar ervaringen in het basisonderwijs.

Leraren over passend onderwijs: het werkt gewoon niet

uit Trouw - Amber Dujardin

Redderende leraren, leerlingen die tussen wal en schip vallen en toenemende werkdruk: niets wijst erop dat de wet passend onderwijs na vier jaar een succes is geworden, blijkt uit onderzoek.

 

Het streven van de wet Passend Onderwijs is mooi: zoveel mogelijk leerlingen naar het reguliere onderwijs, óók als ze autisme, ADHD of een verstandelijke beperking hebben. Maar na vier jaar blijkt het zogeheten Passend Onderwijs niet zo goed uit te pakken als gehoopt.

Zowel zorgleerlingen als ‘gewone’ leerlingen worden de dupe van passend onderwijs, blijkt uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek & Advies. Maar liefst 91 procent van de leraren heeft te weinig tijd om zorgleerlingen de ondersteuning te bieden die ze nodig hebben en 89 procent zegt minder aandacht te kunnen besteden aan de gewone leerlingen. Leraren hebben gemiddeld vijf leerlingen in de klas die extra zorg nodig hebben. In de meeste gevallen gaat het om kinderen met gedrags- of ontwikkelingsstoornissen of psychiatrische problemen. Ruim twee derde van de leerkrachten zegt een of meer leerlingen te hebben die beter af zouden zijn in het speciaal onderwijs.

 

Onderzoeker Liesbeth van der Woud “Passend onderwijs pakt eigenlijk voor niemand goed uit. De leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen te weinig aandacht, en de andere leerlingen óók. En dat heeft weer negatieve gevolgen voor de leraren.” Het kost tijd om aan zo’n nieuwe wet te wennen, erkent Van der Woud. “Maar als het na vier jaar niet beter wordt, maar slechter, dan moet je je afvragen waar je mee bezig bent.”

Volgens Van der Woud willen leraren overigens niet dat de wet gelijk in de prullenbak verdwijnt, maar vooral dat het makkelijker wordt om kinderen alsnog een plekje te geven in het speciaal onderwijs als het in een gewone klas niet blijkt te lukken. Nu gaan daar soms maanden of zelfs een jaar overheen. Scholen moeten eerst stapels verwijspapieren invullen. De samenwerkingsverbanden van schoolbesturen die het geld voor passend onderwijs beheert, kijk daarnaar, maar vervolgens kan het lang duren voordat de boel daadwerkelijk in beweging komt.

 

Slechts een derde van de scholen is tevreden over die samenwerkingsverbanden, blijkt uit hetzelfde onderzoek. “Ze besteden het geld vaak niet aan de dingen waarvoor het bedoeld is of laten het op de plank liggen”, zegt Van der Woud. “Veel scholen vinden dat ze te weinig steun krijgen in dingen regelen en het doorverwijzen van zorgleerlingen.” Bestuurder Eugenie Stolk van de Algemene Onderwijsbond (AOb) vindt dat de samenwerkingsverbanden minder moeten ‘oppotten’ en onderschrijft dat de overstap naar het speciaal onderwijs makkelijker en korter moet worden. Daarbij helpt het volgens haar als er duidelijke basisnormen komen voor ondersteuning.